Volg ons ook op:

 © Jazz Club Assen   2003-2017                                                                                                                                                                                                                                                    ontwerp en webmaster HLdG                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  

Jazz Club Assen

 

Hoe stel je een goed jazzprogramma samen met zoveel aanbod?

Eerder in ons altijd welkome blad JazzInfo gaf ik op verzoek graag een impressie van een concert van één van de gepresenteerde combinaties. Inmiddels heb ik wel een keer of tien onze Autumn Jazz meegemaakt en vrijwel altijd kwam ik vrolijk thuis, vaak met tuitende oren van de heerlijke herrie. Als kritische luisteraar vond ik het soms teveel blues, soms met wat weinig jonge muzikanten, soms met te veel oude-stijl jazz, meestal met afwezige latin jazz, beperkt vocaal talent, maar zelden saai.

Maar als ik dan terugkeek op de mix van wat er stond raakte ik toch weer enthousiast over het gebodene. Je kunt tenslotte naar een andere zaal als je weer even iets nieuws wilt horen. Dat is het voordeel van de multi-programmering.

Bij de maandelijkse concerten ligt dat anders.

Dan denk ik bij mezelf: je zult als programmeur(s) maar een tiental+ keer per jaar voor onze 300+ leden een verantwoorde keus moeten maken uit de 100 dixieland/oude stijl (en aanverwante) orkesten in ons land. Er zijn misschien wel 200 blues-combinaties te vinden – op internet, in de krant, de radio of op TV. Of bekijk de website ‘JazzOrkesten.nl’ als je wilt verdwalen in de duizenden (echt waar!) mogelijkheden. Op zo’n site staat zeker nog niet alle moois dat er, is want niet iedere band neemt de moeite om zich daar aan te melden.  Ga ter vergelijking eens naar de ‘Jazzmasters.nl’ site waar elke muzikant die zich respecteert wel te vinden is – maar dat is geen vrije nieuwsgaring, je kunt jezelf opgeven en dan ben je een ‘jazzmaster’.

En vervolgens is er voor de programmeur altijd die lastige beperking van het budget. Je kunt de ‘New Cool Collective’ of de DSC-band wel inhuren, maar dan is je jaarbudget in maart al op. Nog afgezien van de belangrijke vraag: waarvoor komt ons publiek naar de uitvoeringen? Voor de gezelligheid, voor de sfeer, om wat te swingen, uit nostalgie, of voor fijne muziek. Of allemaal?

 

Aan het begin van deze eeuw mocht ik voor een restaurant in Vries gedurende een seizoen een maandelijks concert ‘programmeren’ – één zondagmiddag in de maand. Deed ik voor de aardigheid, met als voorwaarde af en toe met een eigen combo op te treden. Voor de ca. 50 muzikanten die daar dat seizoen gespeeld hebben bracht het weinig op; zeg maar de reiskosten en een drankje. Het gevoel van een muzikant daarover is: beter op zo’n zondagmiddag een repetitie – met publiek - dan in je eentje thuis duizend nootjes blazen. Het was wel gezellig en leuk om te doen. Maar of de concertjes meer bezoekers voor het restaurant hebben opgeleverd is me helaas niet bekend.

In nogal wat theaters, op festivals, in jazzclubs en jazzcafés zijn in ons land jaarlijks een paar honderd(?) programmeurs liefdevol bezig om de keuze van de performers te verbinden met drie haast onmogelijke dingen: welke combo’s kan ik op de gewenste plaats en tijd krijgen, past het in mijn budget en hoe verkoop ik het optreden aan het publiek. Pas veel later kom je erachter of het geheel ook nog iets heeft opgebracht, op quitte speelt, en hoe het door bezoekers werd gewaardeerd.

Maar waar gaat dit bericht eigenlijk over? Onze JCA leden blijken graag goed in het gehoor liggende, dansbare (oude stijl) swing te beluisteren - zie de verdeling van het publiek over de zalen bij de Autumn Jazz avonden.

Als we een bescheiden verjonging en verruiming van het ledenbestand nastreven, moeten we de samenstelling van het aanbod misschien heel kalmpjes wat aanpassen. Wereldwijd gaat de 40/50-plusser steeds minder naar ‘echte’ concerten; hij/zij is ook geen club-mens meer, maar gaat voor een ‘belevenis’. Dat zie je aan de gigantische pop concerten voor de jeugd onder de 30.

Welke conclusies moeten we daar nu uit trekken voor een optimale programmering voor onze Jazzclub – ook voor de wat jongere garde? Kortom, het programmeren van jazz is een lastige en niet altijd dankbare taak.

Daarmee spreek ik graag mijn grote bewondering uit voor de inzet en het inzicht van onze eigen beide JCA-programmeurs Aly Mijsbergh en Peter Tel. Ze staan al jaren garant voor een gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig aanbod.

En dat wilde ik bij de opening van het seizoen 2017-2018 graag even kwijt!

 

Ik wens ons allemaal een aangenaam en boeiend nieuw jazz-jaar. En kom ook eens gezellig langs bij onze maandelijkse Jazz Jam in onze jazzcafé Lodewijk Napoleon 1809.

JvD